Digitale calculator berekent premiekortingen voor werkgever

Op 15 mei 2017 heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met de Belastingdienst en UWV een digitale calculator voor werkgevers gelanceerd die arbeidsbeperkte werknemers of mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in dienst willen nemen. Met de calculator kunnen werkgevers in een paar eenvoudige stappen de hoogte van de financiële tegemoetkomingen per werknemer berekenen.

Werkgevers die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen of houden hebben recht op financiële ondersteuning: premiekortingen, lage-inkomensvoordeel (LIV) en loonkostensubsidie, die kan oplopen tot maximaal € 19.000 structureel per jaar.

In 2016 lanceerde staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) de regelhulp premiekortingen en LIV. Hiermee kunnen werkgevers bepalen of ze recht hebben op premiekortingen. Met de op 15 mei 2017 gelanceerde calculator kunnen werkgevers nu ook eenvoudig zelf de hoogte van de financiële tegemoetkomingen per werknemer berekenen.

De calculator is te vinden op https://regelhulpenvoorbedrijven.nl/premiekortingencalculator

De regelhulp is te vinden op https://regelhulpenvoorbedrijven.nl/premiekortingen

(bron: www.rijksoverheid.nl)

Wel of geen zelfstandig ondernemer

Door de afschaffing van de VAR en de introductie van modelcontracten is er de laatste tijd veel te doen over zzp’ers. In een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17-1-2017 valt goed te lezen op welke gronden de rechter beoordeelt of een zzp’er al dan niet valt aan te merken als zelfstandig ondernemer, dan wel als werknemer.

Het ging om een piloot van passagiersvliegtuigen met een bemiddelingsovereenkomst met een vliegtuigenmaatschappij. In de overeenkomst zijn o.a. de volgende zaken vastgelegd:

  • piloot is geen werknemer of vertegenwoordiger van de opdrachtgever;
  • opdrachtgever zal zonder verplichting in redelijkheid trachten werk te vinden of aan te bieden aan piloot;
  • piloot is zelfstandig verantwoordelijk voor het afdragen van belastingen, sociale premies en andere bijdragen van overheidswege;
  • piloot moet de opdrachtgever garanderen dat hij zich conformeert aan alle wetten, regelgevingen en andere verplichtingen die door (lokale) overheden worden opgelegd;
  • wanneer de opdrachtgever door een (lokale) overheid wordt aangesproken op voldoening hiervan, wordt dit op betalingen aan de piloot in mindering gebracht;
  • piloot moet garanderen dat hij zich bindt aan de internationale luchtvaartregels en opereert binnen de handleidingen en instructies van de opdrachtgever;
  • er vinden geen beoordelings- of functioneringsgesprekken plaats;
  • piloot mag zich onder specifieke omstandigheden tot vier weken voor de vlucht laten vervangen;
  • kosten van vertragingen, aan- en afreizen van de vlucht en overnachtingen worden niet vergoed;
  • cursussen, vluchtsimulaties, kleding en certificeringen dient piloot zelf te betalen;
  • de opdrachtgever verplicht zich tegenover piloot dat er te allen tijde voldoende dekking is voor beroepsaansprakelijkheid.

De rechtbank stelt voorop dat het aan piloot is om feiten en omstandigheden aannemelijk te maken op grond waarvan geoordeeld moet worden dat sprake is van een door hem gedreven onderneming. Piloot voert hiertoe het volgende aan:

  • hij is beoefenaar van een zelfstandig beroep;
  • in de overeenkomst met is contractueel uitgesloten dat sprake is van een arbeidsovereenkomst;
  • hij wordt in die overeenkomst aangeduid als ‘self employed / sole trader’;
  • hij bepaalt zelf of hij een aanbod accepteert;
  • hij is niet verplicht de opdracht zelf uit te voeren;
  • hij heeft als gezagvoerder het algehele bevel over het vliegtuig en de personen aan boord;
  • als hij besluit niet op te stijgen, ook als de reden daarvoor niet aan hem is toe te rekenen, krijgt hij niet voor de vlucht betaald;
  • hij ontvangt alleen geld voor de geplande lengte van de vlucht, vertragingen zijn voor eigen rekening;
  • hij loopt ondernemersrisico doordat hij zelfstandig moet investeren in beroepskwalificaties, verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, keuringen en trainingen;
  • hij loopt debiteurenrisico;
  • hij beschikt niet over een VAR WUO, omdat dit volgens hem geen oordeel geeft over het ondernemerschap, maar enkel een waarborg aan een opdrachtgever dat geen verhaal plaats kan vinden voor mogelijk ten onrechte niet afgedragen loonheffingen.

Opdrachtgever betwist de stelling van piloot dat sprake is van winst uit onderneming en stelt daar het volgende tegenover:

  • piloot schrijft geen facturen uit voor de geleverde prestaties;
  • er is sprake van slechts één opdrachtgever;
  • piloot treedt niet naar buiten om meerdere opdrachtgevers te verkrijgen;
  • piloot is slechts opgeleid voor één bepaald type vliegtuig, de Boeing 737-800. Eiser is dus niet breed inzetbaar;
  • piloot heeft niet aangetoond in 2011 voor een andere vliegtuigmaatschappijen dan [C] te hebben gevlogen;
  • er is geen sprake van de vereiste zelfstandigheid. De diensten worden verricht in opdracht van de vliegtuigmaatschappij. Deze bepaalt het tijdstip van de vlucht, de bestemming en koopt ook het “tijdslot” van vertrek in;
  • van piloot mag worden verwacht dat hij om veiligheidsredenen zelfstandig mag besluiten niet te vertrekken. Dat is zijn taak, maar dat zegt niks over zijn zelfstandigheid als ondernemer;
  • piloot is niet zelfstandig aansprakelijk voor het uitvoeren van de afgesproken diensten;
  • piloot stelt niet zijn eigen tarieven vast;
  • piloot bezit noch huurt zelfstandig een vliegtuig.

Bezint eer ge vindt

Wat doe je als werknemer wanneer je tijdens je werk een groot bedrag aan contant geldt vindt? Een werknemer van HVC Afval- en Grondstoffeninzameling Drechtsteden NV (HVC) dacht dit geld zelf te kunnen houden, althans onder zich te houden tot de rechtmatige eigenaar zich zou melden. De werknemer hield zich bezig met het sorteren en demonteren van elektronische apparatuur. Op een goede dag treft hij bij het demonteren van een printer een bedrag aan van maar liefst 15.100 euro. Hij doet aangifte bij de gemeente en een tijd later meldt hij dit aan HVC. Maar werknemer en HVC worden het niet eens over de vraag aan wie het geld nu toekomt. Ze achten zich beiden eigenaar van het geld. Werknemer omdat hij de eerlijke vinder is. HVC omdat zij werkgever is en werknemer het bedrag heeft gevonden bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden voor HVC. Het komt tot een gerechtelijke procedure. In deze procedure vordert HVC dat werknemer het geld aan haar teruggeeft omdat zij eigenaar van de printer is en dus ook eigenaar van het geld. De rechtbank oordeelt echter dat de (oorspronkelijke) eigenaar van het geld niet de bedoeling heeft gehad om afstand van het geld te doen. Het geld moet dus als een verloren zaak worden beschouwd. Hierdoor kan HVC niet de eigendom van het geld krijgen. Bovendien moet de werknemer op grond van de wet worden aangemerkt als vinder. Hij heeft het geld niet ‘namens’ werkgever gevonden. ‘Vinden’ is namelijk geen rechtshandeling die namens een ander kan worden verricht.

Het komt zelfs tot hoger beroep. Hierin stelt HVC wederom dat niet werknemer, maar zij als vinder moet worden aangemerkt. De werkzaamheden waarbij de werknemer het geld gevonden heeft, zijn namelijk in opdracht van HVC uitgevoerd. Maar volgens het gerechtshof is het enkele feit dat HVC aan werknemer werkzaamheden heeft opgedragen waardoor hij het geld ontdekte, niet voldoende om HVC als vinder aan te merken. Aan werknemer is immers geen opdracht gegeven om verloren zaken te zoeken. Het hof acht wel van belang dat het, gezien de omstandigheden, onontkoombaar was dat werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden het in de printer verborgen geld zou aantreffen. Elke willekeurige andere medewerker van HVC met dezelfde opdracht zou het geld ook in de printer hebben aangetroffen. In dit specifieke geval is naar het oordeel van het hof HVC als vinder van het geld aan te merken.

Conclusie: werknemer moet het geldt afstaan aan HVC.

(Bron: Kluwer Smartnewz)

Vergeet niet uw jaarrekening op tijd te deponeren

Hebt u een BV, NV of een stichting? Dan moet u binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar uw jaarrekening deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK). Het niet of laat deponeren van de jaarrekening kan vervelende gevolgen voor u hebben. De BV komt in de praktijk het meeste voor. Daarom ga ik hierna alleen voor de BV verder in op de regels voor de jaarrekening.

Maximale termijn voor het opmaken van de jaarrekening

De jaarrekening moet in ieder geval binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar gedeponeerd zijn bij de KvK. Deze termijn kan verdeeld worden in 3 periodes van 2 keer 5 maanden en 1 keer 2 maanden. De eerste periode van 5 jaar gaat direct in na afloop van het boekjaar. In deze periode moet het bestuur van de BV ervoor zorgen dat de jaarrekening wordt opgemaakt. Deze termijn kan met maximaal 5 maanden verlengd worden  door de aandeelhoudersvergadering. Daar moet wel een apart aandeelhoudersbesluit over genomen worden. Het bestuur heeft dus in totaal  10 maanden voor het opmaken van de jaarrekening. Vervolgens hebben de aandeelhouders 2 maanden de tijd om de jaarrekening vast te stellen. Als het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar, dan moet u de volgende data in de gaten houden:

– 31 juli: uiterste deponeerdatum (5 + 2 maanden)

– 31 december: uiterste deponeerdatum bij uitstel (5 + 5 + 2 maanden)

Maximale termijn voor deponeren

Nadat het bestuur de jaarrekening heeft opgemaakt, en door de aandeelhouders is vastgesteld, moet hij nog gedeponeerd worden. Zodra de jaarrekening is vastgesteld moet hij binnen 8 dagen gedeponeerd worden bij de KvK. Ook al is de jaarrekening niet vastgesteld binnen 2 maanden na afloop van de maximale termijn van 10 maanden die het bestuur heeft voor het opmaken, moet het bestuur de niet-vastgestelde jaarrekening toch deponeren bij de KvK. Doet het bestuur dit niet, dan loopt ze het risico van bestuurdersaansprakelijkheid wegens het niet op tijd deponeren van de jaarrekening als het vervolgens mis gaat met de BV.

Uitzondering als alle aandeelhouders ook bestuurder zijn

Indien alle aandeelhouders ook bestuurder van de BV zijn, dan geldt de ondertekening van de jaarrekening door alle bestuurders tegelijk als vaststelling van de jaarrekening door de aandeelhoudersvergadering. Hierdoor vervalt de termijn van 2 maanden die de aandeelhouders normaal hebben voor het vaststellen van de jaarrekening. Dit wordt dan namelijk al verondersteld te zijn gebeurd. Dit heeft tot gevolg dat de publicatietermijn slechts 10 maanden en 8 dagen is. Oftewel uiterlijk 8 november.

Gevolgen van het niet of niet op tijd publiceren

Het niet of niet op tijd deponeren van de jaarrekening kan vervelende gevolgen hebben. Zo kan het aangemerkt worden als een economisch delict. Een veel erger en verstrekkender gevolg kan echter opkomen bij een faillissement. Bij een faillissement kan namelijk iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor het gehele faillissementstekort als er sprake is van onbehoorlijk bestuur en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het niet of te laat voldoen aan de deponeringsplicht is een aanwijzing van onbehoorlijk bestuur en het vermoeden dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Slaagt het bestuur er niet in om dit vermoeden te weerleggen, dan worden alle bestuurders persoonlijk hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het gehele faillissementstekort.

Hebt u vragen over het opmaken en deponeren van een jaarrekening of aansprakelijkheid van een bestuurder? Neem dan contact op via stefan@verdonklegal.nl of bel 06-43091395.