Vanaf 1 juli 2017 maximale betaaltermijn van 60 dagen

Oorsprong 30 dagen betaaltermijn
De algemene regel dat een factuur binnen 30 dagen moet worden betaald komt voort uit de ‘Europese Richtlijn late betalingen’ die sinds 16 maart 2013 in Nederland geldt. Op grond van deze richtlijn moeten de overheid, bedrijven en non-profit organisaties hun rekeningen binnen 30 dagen betalen. Deze Richtlijn biedt bedrijven echter de mogelijkheid om een langere betaaltermijn dan 30 dagen af te spreken. Er kan een betaaltermijn van 60 dagen worden afgesproken of onder bepaalde voorwaarden zelfs langer dan 60 dagen.

Een betaaltermijn langer dan 60 dagen is nu alleen mogelijk indien dit uitdrukkelijk is overeengekomen in de overeenkomst én de langere betaaltermijn niet ‘kennelijk onbillijk’ is voor de schuldeiser/leverancier. Maar wanneer is een betaaltermijn kennelijk onbillijk? Hoewel de wet aanknopingspunten geeft om dit te bepalen, blijft het subjectief. Er moet bijvoorbeeld gekeken worden of de schuldenaar/afnemer objectieve redenen heeft om af te wijken van de 60 dagen termijn, wat de aard van de prestatie is en of er sprake is van een aanmerkelijke afwijking van de goede handelspraktijken.

Als deze regels al bekend zijn, dan leveren ze in de praktijk vaak een probleem op om te bepalen of je nu wel of niet een langere betaaltermijn mag overeenkomen. In de praktijk komt het geregeld voor dat grote ondernemingen met hun machtspositie tegenover MKB-leveranciers een langere betaaltermijn hanteren (soms tot 90 of 120 dagen). Als de schuldeisers van de MKB-onderneming dan vasthouden aan betaaltermijn van 30 dagen, komt hij financieel in de knel.

Wetswijziging per 1 juli 2017
Per 1 juli 2017 krijgt het MKB meer bescherming tegen de langere betaaltermijnen. Het doel van deze wetswijziging is om te voorkomen dat grote bedrijven een betaaltermijn langer dan 60 dagen hanteren als zij goederen en/of diensten van MKB-leveranciers en zelfstandig ondernemers afnemen.

Na deze wetswijziging mag tussen een grote onderneming en een MKB-leverancier/-dienstverlener, geen langere betaaltermijn dan 60 dagen overeengekomen worden. Indien een grote onderneming toch een betaaltermijn langer dan 60 dagen hanteert, dan is die nietig (d.w.z. ‘niet geldig’) en wordt de betaaltermijn automatisch omgezet in een betaaltermijn van 30 dagen. Vanaf dat moment gaat ook de wettelijke handelsrente lopen. Die is op dit moment 8%.

Indeling ondernemingen
Wanneer is er sprake van een grote onderneming en wanneer van een MKB-onderneming?

Micro

Waarde van de activa volgens de balans < € 350 K
Hoogte van de netto-omzet in een boekjaar < € 700 K
Gemiddeld aantal werknemers in een boekjaar < 10

Klein

Waarde van de activa volgens de balans < € 6 mln
Hoogte van de netto-omzet in een boekjaar < € 12 mln
Gemiddeld aantal werknemers in een boekjaar < 50

Middelgroot

Waarde van de activa volgens de balans < € 20 mln
Hoogte van de netto-omzet in een boekjaar < € 40 mln
Gemiddeld aantal werknemers in een boekjaar < 250

Groot
Waarde van de activa volgens de balans > 20 mln
Hoogte van de netto-omzet in een boekjaar > € 40 mln
Gemiddeld aantal werknemers in een boekjaar > 250

Een onderneming valt in één van deze categorieën indien hij gedurende twee aaneengesloten boekjaren voldoet aan tenminste twee van de drie criteria van die categorie. MKB valt altijd in micro, klein of middelgroot.

Compliance en MVO
Vanwege de rente die zij moeten vergoeden wegens overschrijding van de betaaltermijn zal een grote onderneming niet snel wakker liggen. Maar wel van het feit dat zij met een te langere betaaltermijn in strijd met de wet handelen. Grote bedrijven mogen namelijk op basis van hun compliance regels of MVO-beleid niet in strijd met de wet handelen. Dit kan bovendien slechte publiciteit veroorzaken.

Overgangsrecht
De maximale betaaltermijn van 60 dagen gaat per direct in op 1 juli 2017. Voor bestaande overeenkomsten geldt een overgangstermijn van 1 jaar. Dus ook al loopt een overeenkomst met een betaaltermijn van 90 dagen nog tot 31 december 2020, dan wijzigt die betaaltermijn per 1 juli 2018 naar 60 dagen.

MKB-onderling
De oorzaak van het ongewenst opleggen van betaaltermijnen langer dan 60 dagen ligt in de ongelijke handelsverhoudingen waarbij het MKB als leverancier de zwakkere partij is. Bij handelsverhoudingen die (redelijk) gelijk liggen, bijv. tussen grote ondernemingen onderling of MKB-bedrijven onderling, komt het niet snel voor dat betaaltermijnen langer dan 60 dagen door één partij kunnen worden opgelegd. De onderhandelingspositie van de leverancier is in zulke gevallen sterk genoeg om dit te kunnen voorkomen. Bij handelsrelaties waarin de leverancier een sterkere rol vervult dan de afnemer is de kans nog kleiner dat betaaltermijnen langer dan 60 dagen kunnen worden opgelegd. Om onnodige wet- en regelgeving te voorkomen, heeft de regering ervoor gekozen om de nieuwe regelgeving niet te laten gelden in situaties waar wetgeving niet noodzakelijk is. De nieuwe regelgeving geldt dus alleen bij handelsrelaties tussen het grootbedrijf in de rol als afnemer en het MKB in de rol als leverancier of dienstverlener. Tussen MKB-bedrijven onderling blijven de oude regels van kracht. Dit betekent in beginsel een betaaltermijn van 30 dagen, indien beide partijen instemmen mag dit 60 dagen zijn en als voldaan is aan de wettelijke voorwaarden mag een betaaltermijn langer dan 60 dagen overeengekomen worden.

Conclusie
De regeling vanaf 1 juli 2017 geldt tussen een grote onderneming in de rol van schuldenaar/afnemer enerzijds en een MKB-onderneming of zelfstandig ondernemer in de rol van schuldeiser/leverancier anderzijds. Grote bedrijven onderling en MKB onderling mogen dus nog steeds een langere betaaltermijn dan 60 dagen afspreken, mits aan de wettelijke voorwaarden voldaan wordt. Maar wat nu als een grote onderneming tegenover een MKB- leverancier toch een langere betaaltermijn dan 60 dagen wil afdwingen? Juridisch is dit vanaf 1 juli a.s. niet meer mogelijk. In deze relatie valt een langere betaaltermijn vanaf die datum van rechtswege (d.w.z. ‘automatisch’) terug naar 60 dagen. Hoewel de wet in dit geval de MKB- leverancier meerdere juridische handvatten geeft om tijdige (rente)betaling af te dwingen, is de praktijk vaak weerbarstig en is het denkbaar dat een leverancier hier vanwege zijn afhankelijkheidspositie terughoudend in is.

 

Vergeet niet uw jaarrekening op tijd te deponeren

Hebt u een BV, NV of een stichting? Dan moet u binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar uw jaarrekening deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK). Het niet of laat deponeren van de jaarrekening kan vervelende gevolgen voor u hebben. De BV komt in de praktijk het meeste voor. Daarom ga ik hierna alleen voor de BV verder in op de regels voor de jaarrekening.

Maximale termijn voor het opmaken van de jaarrekening

De jaarrekening moet in ieder geval binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar gedeponeerd zijn bij de KvK. Deze termijn kan verdeeld worden in 3 periodes van 2 keer 5 maanden en 1 keer 2 maanden. De eerste periode van 5 jaar gaat direct in na afloop van het boekjaar. In deze periode moet het bestuur van de BV ervoor zorgen dat de jaarrekening wordt opgemaakt. Deze termijn kan met maximaal 5 maanden verlengd worden  door de aandeelhoudersvergadering. Daar moet wel een apart aandeelhoudersbesluit over genomen worden. Het bestuur heeft dus in totaal  10 maanden voor het opmaken van de jaarrekening. Vervolgens hebben de aandeelhouders 2 maanden de tijd om de jaarrekening vast te stellen. Als het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar, dan moet u de volgende data in de gaten houden:

– 31 juli: uiterste deponeerdatum (5 + 2 maanden)

– 31 december: uiterste deponeerdatum bij uitstel (5 + 5 + 2 maanden)

Maximale termijn voor deponeren

Nadat het bestuur de jaarrekening heeft opgemaakt, en door de aandeelhouders is vastgesteld, moet hij nog gedeponeerd worden. Zodra de jaarrekening is vastgesteld moet hij binnen 8 dagen gedeponeerd worden bij de KvK. Ook al is de jaarrekening niet vastgesteld binnen 2 maanden na afloop van de maximale termijn van 10 maanden die het bestuur heeft voor het opmaken, moet het bestuur de niet-vastgestelde jaarrekening toch deponeren bij de KvK. Doet het bestuur dit niet, dan loopt ze het risico van bestuurdersaansprakelijkheid wegens het niet op tijd deponeren van de jaarrekening als het vervolgens mis gaat met de BV.

Uitzondering als alle aandeelhouders ook bestuurder zijn

Indien alle aandeelhouders ook bestuurder van de BV zijn, dan geldt de ondertekening van de jaarrekening door alle bestuurders tegelijk als vaststelling van de jaarrekening door de aandeelhoudersvergadering. Hierdoor vervalt de termijn van 2 maanden die de aandeelhouders normaal hebben voor het vaststellen van de jaarrekening. Dit wordt dan namelijk al verondersteld te zijn gebeurd. Dit heeft tot gevolg dat de publicatietermijn slechts 10 maanden en 8 dagen is. Oftewel uiterlijk 8 november.

Gevolgen van het niet of niet op tijd publiceren

Het niet of niet op tijd deponeren van de jaarrekening kan vervelende gevolgen hebben. Zo kan het aangemerkt worden als een economisch delict. Een veel erger en verstrekkender gevolg kan echter opkomen bij een faillissement. Bij een faillissement kan namelijk iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor het gehele faillissementstekort als er sprake is van onbehoorlijk bestuur en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het niet of te laat voldoen aan de deponeringsplicht is een aanwijzing van onbehoorlijk bestuur en het vermoeden dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Slaagt het bestuur er niet in om dit vermoeden te weerleggen, dan worden alle bestuurders persoonlijk hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het gehele faillissementstekort.

Hebt u vragen over het opmaken en deponeren van een jaarrekening of aansprakelijkheid van een bestuurder? Neem dan contact op via stefan@verdonklegal.nl of bel 06-43091395.